Onderdelen van Freestyle
Freestyle is opgebouwd als een pyramide met als basisprincipe dat het paard leert wijken voor druk. Het systeem bestaat uit vier onderdelen:
- Loswerken
- Werken aan de enkele lange lijn
- Werken aan de dubbele lange lijn
- Werken met onalledaagse voorwerpen
1. Loswerken
Loswerken is misschien wel de belangrijkste (basis) trainingsvorm. Het paard loopt los in een ruimte van 15 x 15 meter ook wel de 'loswerkbak' genoemd. Het paard is vrij om te handelen en te reageren op deze situatie zoals hij dat wil. Het geeft ons in eerste instantie een goede gelegenheid om gedrag te observeren. Het leert ons veel over het karakter van het paard. Vervolgens gaan we zelf in de loswerkbak met het paard aan het werk.
We werken in de basis vooral door middel van het bewust gebruik maken van 'positie en beweging'. Door middel van het juist gebruik van positie en beweging kunnen we basiscontrole verkrijgen. Basiscontrole is de controle over richting en snelheid. In dit stadium werken we non verbaal en zonder direct fysiek contact. Hebben we eenmaal deze basiscontrole, dan zal het paard ons ervaren als ranghoger. Dit heeft positieve gevolgen voor de dominantieverhouding en onze positie als gerespecteerd leider.
2. Werken aan de enkele lange lijn
De tweede trainingsvorm binnen het Freestyle-systeem is het zo genaamde: grondwerk. We bedoelen hiermee al het werk dat door de mens wordt aangestuurd vanaf de grond. Alle inmiddels aangeleerde technieken uit het loswerken zijn ook hier van belang. De plek waar je staat (positie) de bewegingen die je maakt en de houding waarmee je dat doet. Extra is het contact dat we hebben door middel van de leadrope (lijn van 4.5 meter) en het Freestyle halster. Al onze 'hulpen' worden door de leadrope en het halster vertaald in een bepaalde mate van druk, die het paard via het Freestyle halster voelt op het hoofd.
Wij willen graag dat het paard 'wijkt voor druk'. Op die manier worden onze hulpen omgezet in gewenste handelingen. Helaas gaan paarden van nature tegen fysieke druk in. Zowel het paard als de ruiter/trainer leert door deze grondwerkoefeningen hoeveel hulp/druk het paard nodig heeft om ervoor te wijken. Hoe we zo'n goede reactie moeten belonen en hoe we uiteindelijk de druk/hulp af kunnen bouwen naar een minimaal niveau. We willen graag meer reactie met steeds minder hulp/druk.
De oefeningen die we uitvoeren met de enkele lange lijn zijn op verschillende manieren belangrijk voor onze omgang met het paard:
- Het is een voorbereiding op het rijden, we kunnen het paard vanaf de grond bepaalde vaardigheden aanleren die nuttig zijn als we op zijn rug zitten (sturen, voorwaarts gaan, halthouden)
- Het paard leert bij het geleid worden afstand te houden en op de geleider te letten.
- We kunnen het paard soepel en sterk maken met het grondwerk (keertwendingen, schouderbinnenwaarts en dergelijke).
3. Werken aan de dubbele lange lijn
Het werk aan de dubbele lange lijnen behoort feitelijk tot het grondwerk maar neemt binnen het Freestyle-systeem zo’n belangrijke plek in, dat het in de trainingsopbouw de derde trainingsvorm vertegenwoordigt. Het werken aan de dubbele Lange Lijnen vormt de brug tussen het werken vanaf de grond en het rijden. Tijdens deze techniek zijn we bezig met rijtypische begrippen zoals: teugelvoering, buiging, stelling, nageven en aanleuning. Deze trainingsvorm maakt gebruik van de verkregen handigheid bij de twee vorige trainingsvormen Loswerken en Grondwerk.Bij de dubbele lange lijnen werken we vanuit twee verschillende posities:
- De centrumpositie - in het midden van de cirkel die het paard loopt.
- De menpositie - achter het paard.
4. Werken met onalledaagse voorwerpen (“Obstakel parcours”)
Een zeer goede controle of je paard voldoende op jou gericht is, met grondwerk en rijden, is het ´obstakel-parcours´. Hierbij zetten we in de bak een aantal objecten wat door paarden meestal ´eng´ wordt gevonden. Je kunt hierbij denken aan: het lopen over vreemde bodems (grondzeil), tussen pylonen door, over balken heen lopen, vlaggen, parasols en alles waarvan je weet dat je paard het misschien eng vindt.
Het obstakelparcours doe je eerst aan de hand met de beginselen van het grondwerk en daarna eventueel onder het zadel. Het obstakelparcours is tevens een zeer goede methode om het paard te wennen aan een trailer of bij trailerproblemen het paard zonder angst in– en uit te laden.