Het trainingstraject
Bij alle drie de trainingstechnieken is er altijd een vaste opbouw van de oefeningen van ontspanning en stretchen naar aanspanning en krachtopbouw:
- Voorwaarts-neerwaarts
- Lengtebuiging
- Ondertreden van het binnenachterbeen
- Buiging van het binnenachterbeen
- Buiging van het buitenachterbeen
- Buiging van beide achterbenen
1. Voorwaarts-neerwaarts
Als een paard zich fysiek en psychisch ontspant, zijn rug loslaat en buikspieren aanspant, zal het paard voorwaarts neerwaarts zijn hals laten zakken.

In principe draagt het paard ons niet met zijn rug, maar met zijn buikspieren. Het paard moet zijn rug loslaten en zijn buikspieren aanspannen. Het rijden van een paard begint bij het paard voorwaarts neerwaarts rijden, waarbij het paard de hand zoekt en zijn bovenlijn stretcht en zijn onderlijn aanspant.
2. Lengtebuiging
De volgende stap is het paard gelijkmatig te laten inbuigen naar links en naar rechts. Met lengtebuiging wordt bedoeld de zoveel mogelijk gelijkmatige en doorgaande zijdelingse welving in de wervelkolom van de 1e halswervel tot de laatste staartwervel.

De volte is hier een goede oefening voor. Door de korte spieren te rekken en de lange spieren te laten aanspannen, kan het paard op beide zijdes de juiste lengtebuiging aannemen en de volte kogelrond lopen.
3. Ondertreden binnen-achterbeen

Als het paard zich correct laat inbuigen, komt de binnenheup van het paard naar voren, zodat het binnenbeen onder de massa cq het zwaartepunt geplaatst wordt.
Bij correcte buiging komen de binnenbenen dichter naar elkaar toe en de buitenkant van het paard rekt en strekt zich, terwijl de binnenkant zich aanspant.
4. Buiging binnenachterbeen

De belangrijkste oefening van de rechtrichtende buigingsarbeid is de schouderbinnenwaarts. Waar de volte zorgt voor buiging in het lichaam, maakt de schouderbinnenwaarts dat het binnenachterbeen buigt.
Bij de schouderbinnenwaarts wordt het binnenachterbeen van het paard meer belast, waardoor dit achterbeen buigzaam wordt gemaakt.
5. Buiging buitenachterbeen

Travers is de andere belangrijke hoeksteen van de dressuur. Deze oefening zorgt ervoor dat de afzet/stuwkracht van het buitenachterbeen verminderd wordt en dit achterbeen meer tot dragen gebracht wordt.
Het buitenachterbeen komt in deze oefening onder de massa, waardoor dit been buigzaam wordt gemaakt.
De renvers, het appuyeren en (werk)pirouettes zijn van de travers afgeleid en vallen ook onder de rechtrichtende buigingsarbeid.
6. Buiging beide achterbenen
Als het paard geleerd heeft zijn lichaam te buigen, daarna zijn binnenachterbeen te buigen met de schouderbinnenwaarts en vervolgens zijn buitenachterbeen middels de travers, dan kan het paard gevraagd worden beide achterbenen gelijk te buigen via de piaffe.

Het rechtrichten is dus geen doel op zich maar bereidt het paard voor op de verzameling en oprichting
Bron: Marijke de Jong, PaardenBegrijpen